Artikel

Help, ik heb stress.

Puzzel

Credit: Hans Peter Gauster

De titel van dit artikel is jou niet vreemd, of net wel. Wat het ook zij, ik had het gevoel dat ik hierover mijn verhaal wou doen. En als het je niet bekend voor komt, hou je dan niet in om dit te lezen, wie weet heb je (onbewust) tips voor me 🙂

Waar gaan we beginnen? Bij mijn karakter, want daar komt het in dit relaas allemaal op neer. Ik ben een perfectionist die houdt van nieuwe dingen, graag wint en alles van de eerste keer goed wil doen. En dat is niet zo simpel. Ik ben mij daar van bewust, maar er goed op anticiperen, dat is wat anders.

Twee jaar geleden begon ik met werken, en de zes jaar daarvoor bracht ik door op hogescholen in de richtingen interieurarchitectuur en grafische vormgeving. Beiden keurig afgewerkt. Maar het zijn creatieve richtingen, en die lijken in de verste verte niet op theoretische richtingen. Kortom: elke avond en in het weekend doorwerken aan allerhande geflipte opdrachten was eerder gewoonte dan uitzondering. En dan moesten die theoretische examens nog komen, waar niemand tijd voor had aangezien de praktijkjury zo nu en dan zelfs pas daarna kwam. En dat had in punten veel meer prioriteit. En er kroop meer tijd in, die steevast ontbrak.

De eerste keer dat ik loeihard tegen mezelf aan knalde, was ergens rond Kerst in het tweede jaar interieurarchitectuur. Ik had een opdracht te verdedigen voor een tweekoppige jury. De weken voordien had ik er keihard aan had gewerkt. Ik was niet zeker van mijn stuk, maar ik zag het wel zitten. Want iets uitleggen, dat doe ik graag. Voor het moment suprême ging ik – logisch? – wel op van de stress. Toen ik uiteindelijk achter de houten tafel stond met de maquette in mijn handen, wist ik niks meer. Ik keek naar het object alsof het iets was dat ik nog nooit in mijn leven had gezien. Ik stond met mijn mond vol tanden. Gelukkig kreeg ik toen respijt, mocht ik even afkoelen en bekomen en later op de avond opnieuw proberen. Toen lukte het wel.

Eind goed al goed? Niet helemaal, als je een dergelijke situatie ooit hebt meegemaakt, weet je hoe vies ze doet. Je wordt oog in oog geplaatst met je eigen grenzen die je te ver hebt overschreden. Op dat moment zwoor ik het nooit meer zo ver te laten komen. En als er nachtwerk bij mijn studie te pas zou komen, er dan wel een een hele goeie reden voor moest zijn.

En de jaren nadien heb ik me vrij goed aan die belofte gehouden. In de opleiding grafische vormgeving heb ik slechts een verwaarloosbaar aantal keren tot na middernacht gewerkt. Maar of in mijn diepste binnenste mijn karakter was veranderd? Neh.

Na mijn studie stond de echte werkwereld te trappelen om mij in te lijven. Allez, toch na enkele tientallen sollicitatiebrieven en enkele gesprekken. Al mocht ik niet klagen, op 1 september 2015 startte ik (symbolisch, niet?) mijn eerste job. Die zou van tijdelijke duur zijn, dus negen maand later mocht ik op zoek naar iets anders. Die nieuwe plek had ik vrij snel gevonden waardoor ik tussen de twee jobs amper een maand thuis zat. En het was een leuke maand, waarin mijn lief en ik onder andere onze eerste stek vonden en ik Soldier’s Heart vanuit een achtbaan kon aanschouwen.

Eens verhuisd, viel ik ietwat in een zwart gat. Nu al het verhuis- en meubelzoekgedoe voorbij was, kampte ik met een zee aan tijd. En ik werd daar ongelukkig van. Samenwonen is een niet te onderschatten stap. Dat ging en gaat prima, maar het was wel wennen om niet meer in hotel mama te verblijven. Omdat ik het allemaal echt niet zo goed wist, passeerde ik ook een paar keer langs een psycholoog. Vooral met als doel dat er even een onbevooroordeeld iemand zou luisteren. Al dat vertellen, werkte best verhelderend, al scheen er achteraf nog geen zon bij een helderblauwe hemel.

Maar het was wel een moment waarop ik voelde dat ik iets extra wou doen, waarmee ik iets kon betekenen. Dat werd vrijwilligerswerk. Eén zaterdagochtend in de twee weken, in een ziekenhuis in onze buurt. Een ziekenhuis dat mij niet vreemd was en ik dus al een band mee had. Na lang over en weer mailen en drie vormingsavonden te volgen, kon ik begin mei starten. En dat vind ik tot nog toe een heel erg goede beslissing. Als 25-jarige vrijwilliger ben ik een uitzondering, al begrijp ik steeds minder en minder waarom niet meer leeftijdsgenoten dit doen. Alle verhalen die ik telkens hoor, werken blikverruimend en relativerend. Maar ook het feit dat ik daar ongedwongen naar mensen mag luisteren, zonder druk of deadlines, is een heerlijk gevoel. Uiteraard hoor ik een portie kommer en kwel, wat wil je als je in een ziekenhuis ligt, maar je voelt vaak dat de patiënten ervan genieten om honderduit te kunnen vertellen over vanalles en nog wat. En is er iets mooier dan een lach op iemands gezicht toveren? En vroeg of laat komt het bij de meesten wel in orde. Zo is het eigenlijk altijd, en dat is een mindset die ik zou moeten kunnen overdragen naar mijn dagdagelijkse job.

Want die heeft wél deadlines en klanten die hun (zuurverdiende) centjes betalen voor wat ik maak of doe. En dat is de echte wereld. Voor mij althans, want uiteraard is alles wat in het ziekenhuis gebeurt ook echt, en kost dat vaak nog veel meer centjes. Maar dus, mijn job. Die is de laatste tijd inhoudelijk wel wat veranderd. Het komt erop neer dat mijn collegae/bazen en ik momenteel op zoek gaan naar mijn echte talenten. En ik ben hen zeker dankbaar voor die kans. Maar het is wel uitputtend. Ik weet dat ik het kan, maar dat gevoel zorgt er tegelijkertijd voor dat ik absoluut geen fouten wil maken. Dat is onhaalbaar en dan kan ik mij een dag rot voelen over een dom misverstand. En ik moet nog zoveel leren. Dat iedereen marge neemt bijvoorbeeld, en dat vergeet ik in mijn mooie planning wel eens. Ik denk dat ze flexibel is omdat ik met veel zaken rekening probeer te houden. Maar er zijn altijd genoeg onvoorspelbare factoren en partijen die een perfect scenario onmogelijk maken. En elke vergetelheid voelt voor mij momenteel aan als falen. Want ja, ik ben toch dat meisje wiens privéleven in geordende lijstjes en agenda’s zit? Ik moet dat toch kunnen? Maar een privé of een werksituatie, dat is iets helemaal anders. En ik gedraag me bijgevolg anders, en zo zijn we met veel die dat doen.

En het is niet alleen een mentale maar net zo zeer een fysieke uitdaging. Onlangs liep ik een week rond met maag en darmpijn, en dat was niet de eerste keer, ten gevolge van stress. Ik ben vrij zeker van die oorzaak, want in het relaxte weekend daarop verdween alles als sneeuw voor de zon. Is dat normaal? Moet ik dat als normaal beschouwen? Ik kan nogal moeilijk stoppen met iets wat ik graag doe enkel en alleen daarvoor. Dat is natuurlijk veel te drastisch en onnodig, maar ik moet er wel iéts mee doen. Dingen die je graag doet mogen je volgens mij niet hinderen, ze zouden je energie moeten geven. En dat gebeurt ook, maar er gaan vaak  zoveel zenuwen aan vooraf dat de overwinning in the end meer voelt als een verlies.

Terwijl ik dit typ, stel ik me de vraag wat mij nu te doen staat. Meer relativeren, meer erop vertrouwen dat alles wel in orde komt, en meer de mindset van mijn vrijwilligerswerk hanteren. En mij meer bewust zijn van wie ik ben, wat ik kan, en wat mijn grenzen zijn. Op een trouwfeest zei iemand me onlangs “als ik een e-mail ontvang of iets hoor waar ik me druk in wil maken, denk ik wel eens ‘ga ik daar binnen een jaar nog invloed van ondervinden?’ als het niet zo is, probeer ik het te laten gaan, en dat helpt”. Dat vind ik wel een mooie, dus die ga ik wat vaker indachtig proberen houden.

Ik zou hier nog een tijdje over kunnen door gaan, met nog een aantal zijpaden, maar hier komt het op neer. Dit is mede de verklaring waarom het van mijn kant de laatste tijd erg rustig is op Twee Huizen Verder. Niet dat ik met een tijdstekort zit, maar vaak wel met een gebrek aan energie en teveel aan emoties in die vrije tijd. Ik probeer het allemaal op een rijtje te krijgen, dat is hard werken en dus een job op zich. Als je tips voor me hebt, zijn ze zeker welkom, bedankt daarvoor. En als je tot hier bent geraakt: ook bedankt voor het lezen.

Geplaatst door

Grafisch vormgever overdag. Muziek- en koffiefanate 's avonds en in het weekend. Nieuwsgierig aagje. Droomt ervan om ooit een albumhoes te ontwerpen.

Twitter Website

3 reacties

  1. Ja, misschien is het wel een generatie dingetje, ik weet het niet 🙂 Maar wie weet wat zullen we zeggen als we ouder en wijzer worden … En die koffieklets: dat komt helemaal in orde 😉

    Beantwoorden

  2. In heel veel opzichten heel herkenbaar… Het ‘ben ik wel goed genoeg in mijn job’ speelt mij vooral nog elke dag parten. Af en toe zelfs zo erg dat ik lichamelijk evenveel last heb van stress dan mentaal. Het zal misschien wel aan de aard van het beestje liggen. Ik ben nu eenmaal gezegend met een goeie dosis stresskip-genen. Maar heel misschien zit het ook wat in onze generatie, want het is een verhaal dat ik helaas van steeds meer leeftijdsgenoten te horen krijg. Super trouwens dat je het jouwe met ons, mede-gestresseerden, deelt 🙂
    En moest je nog eens last hebben van dat zwarte gat: in mijn agenda is er altijd wel een plekje voor een koffieklets!

    Beantwoorden

Iets toe te voegen?